Het ging zo: ik werd via de comments van dit blog benaderd voor een interview. Ik zei ja, want ik hou van aandacht en niet zo van nadenken voor ik iets zeg. Het zou gaan om een stukje in een blad dat ik, eerlijk is eerlijk, slechts lees in gelegenheden als sauna’s, wachtkamers en bezoekjes aan oma (want die heeft zo’n ouderwetse, om onverklaarbare reden onweerstaanbare) leesmap. Kortom: een blad dat ik alleen lees in tamelijk benauwde omstandigheden. Een en ander was zo gepiept. Journaliste en ik mailden wat over en weer en voor ik het wist vond ik een artikel over mijn niet-kopenjaar in mijn mailbox: ter goedkeuring. Ik las het, replyde dat het klopte en dacht rustig duimendraaiend af te kunnen wachten tot het blad in de winkel zou liggen.
Ik kwam bedrogen uit. Slechts een paar dagen later werd ik gemaild door de fotograaf. Of ik dan en dan naar de studio kon komen. ‘Slik’, moet er in een denkwolkje boven mijn hoofd zichtbaar geweest zijn. Op de foto. Dat wás ook zo. Het artikel zou vergezeld worden van een foto. En daar moest ik op. Met mijn hoofd. Ik realiseerde me dat nu nog ‘nee’ tegen de foto zeggen eigenlijk niet meer kon en dat ik eerder had moeten nadenken. En dus ging ik op de foto. Eerst werd ik uitvoerig gekapt en ge-makeuped. Best wel eens leuk, zeker voor iemand die zelf al heel blij is dat ze mascara tegenwoordig zelfs met gesloten mond kan opbrengen. Toen ik naar de spiegel gedraaid werd ter goedkeuring zag ik een tijdschriftenvariant van mezelf. Soit.
Gelukkig had de fotograaf duidelijk eerder met dit bijltje (volkomen onervaren dames op de foto zetten) gehakt en verliep het feitelijke maken van de foto redelijk pijnloos. Zelfs het bekijken en uitzoeken van de foto’s vlak daarna heb ik glansrijk overleefd. Maar daarna zat ik er maar mooi mee.
Want: mijn foto, mijn hoofd komt in een blad. Met een linkje naar mijn blog. Naar mijn woorden, mijn verhaaltjes. En that’s scares the hell out of me! Vooralsnog lukte het me heel goed mijn gezicht en mijn woorden van elkaar gescheiden te houden: ik heb tegen vrijwel niemand die ik ken verteld dat ik dit schrijf. Daarnaast groeit het aantal mensen dat hier langskomt nog steeds per week. Dat had ik nooit verwacht (maar vind ik wel heel leuk). Het idee straks niet langer volledig anoniem te zijn deed me blijkbaar zo veel dat ik even helemáál geen zin had een nieuw stukje te tikken. Maar, ik schop mezelf bij deze onder mijn bips, recht mijn rug en hef mijn kin. Ik ben tróts op mijn jaar niet kopen! En ik ben trots op mijn gezicht!
Het blad ligt pas in de laatste week van november in de winkel, trouwens.