Omdat ik iets te vieren heb vandaag, of beter gezegd: omdat ik een cadeautje verdiend had vandaag besloot ik mijn schoenen te laten repareren. Niet de bruin leren laarzen, die zijn reddeloos verloren (hoewel ik ze nog niet heb weggegooid) maar mijn Mary Jane’s. Die waren niet zo heel erg kapot, maar het zooltje zag er niet meer uit en de hak begon te slijten. Gewoon, een opknapbeurt dus, zodat ze de hele winter mee zouden kunnen.
In gedachten verzon ik al een jubelend stukje over mijn inventiviteit aan de schoenmaker te denken in plaats van direct naar de winkel te rennen. Ik bedacht hoe trots ik zou kunnen schrijven dat het voelt alsof ik nieuwe schoenen heb terwijl ik er vrijwel niks voor betaald heb. Immers, ik herinnerde me dat een schoenmaker dat effect vaak weet te bewerkstelligen. Het voelt als nieuw, voor een schijntje van wat je voor echt nieuw betaald. Extra mooi was dat toen ik de schoenen rond 15:00 uur vanmiddag wegbracht, de schoenmaker zei: ‘over een uurtje zijn ze wel klaar’. Pardon? Verstond ik dat goed? ‘Over een uurtje ken (sic.) je ze ophalen’, herhaalde hij als reactie op mijn niet-begrijpende gezichtsuitdrukking. Helemaal in de wolken liep ik terug naar kantoor. Ik kreeg nieuwe schoenen en wel vandaag!
Een klein uur later stond ik met een enigzins beteuterd hoofd én mijn dierbare schoenen weer voor de deur van de schoenmaker. Een illusie armer. Dertig euro koste deze grap. Oké, het is vakwerk. Oké, het is snel gedaan. Oké, mijn schoenen zijn als nieuw. Máár. Echt goedkoop vind ik het niet.